I’m chained
Ik loop al jaren rond met ketenen rond mijn armen en benen. Wie ze daar geplaatst heeft, lijkt steeds duidelijker te worden. Ik ben zelf een slachtoffer van mijn angsten. Ik gaf anderen vaak te schuld, waardoor ik me vervreemd voel van de mensen om me heen. Ik houd mezelf tegen, steeds weer. Steeds denkend dat ik het niet kan of het niet waard ben om mooi dingen te beleven of the hebben. Te voorzichtig omdat ik bang ben om op iemands tenen te trappen. Ik stop mezelf steeds verder weg, steeds een stukje ongelukkiger omdat ik bang ben mensen te kwetsen.
“Ik zou het niet doen.” “Weet je het zeker?” “Ik vind het niet fijn als je dat doet.” Zinnetjes waardoor ik denk “Nee, inderdaad. Laat ik het niet doen.” Ik kruip weg in een wereld die niet bestaat. Dromend dat het ooit gebeurt dat alles op zijn plaats valt maar dat doet het niet. De fantasie die ik had van mijn leven loopt steeds verder weg, omdat ik te bang ben om het daadwerkelijk te doen. Ik laat het niet merken dat ik ongelukkig ben, doe soms dingen omdat een andere persoon het leuker vind, omdat het soms zo hoort. Ik vraag me soms af of het nut heeft wat ik aan het doen heeft. Wanneer ik eindelijk trots ben op wat ik heb bereikt, lijkt het alsof het niks uitmaakt bij anderen.
Laat mij een keer een klopje op de schouder voelen of een gemeende interesse, maar nee. Ik wil te graag gezien worden, te graag horen van anderen dat ik goed bezig ben. Kan ik niet 1 keer die ketenen van me afgooien en doen wat ik een keer wil doen. Ik voel me als een naïef kind en dat iedereen me waarschuwt voor elke stap die ik zet. Ik word er moe van, eerlijk waar. Ik kan het niet meer, ik kan het echt niet meer.
Colours of the water
Ik zit voor me uit te staren.
Miljoenen gedachtes en ideeën schieten door mijn hoofd.
Even heb ik een idee vast, probeer er iets mee te doen,
maar het schiet alweer door mijn vingers.
Ik staar weer voor me uit.
Ik heb zin om muziek te luisteren, maar wat voor muziek?
Het duurt een uur voordat ik daar achter ben.
Rock muziek gemixt met dub-step klinkt uiteindelijk in mijn oren.
When I’m falling down
Will you pick me up again?
When I’m too far gone
Dead in the eyes of my friendsWill you take me out of here?
When I’m staring down the barrel
When I’m blinded by the lights
When I can not see your face
Take me out of here.
Het klinkt zo negatief, zo destructief, maar is het dat ook?
Ik zit weer voor me uit te staren en ik bedenk dat ik iets wil kijken.
Ik kom alleen maar op afleveringen met zielige stukjes waar ik van moet huilen.
Heb ik soms zin om te huilen? Stiekem wel, maar ik weet niet waarom.
Ik besluit om het niet te doen omdat huilen soms kan opluchten en soms ook niet.
Ik zit weer voor me uit te staren en creatieve ideeën vliegen door mijn hoofd.
Hoe en waar moet ik beginnen?
Een vraag die ik elke dag stel maar nooit een antwoord op krijg.
To shine

I saw your heart from many miles away.
It was so warm, so kind and so bright.
I felt embraced, lifted up and so much more.
The world was mine once more.
And I would wish to share this moment with you.
Could you please, stay with me forever?
Never let me go or let me be alone.
Could you, share this feeling with me?
Feel what I feel, feel what you’re supposed to feel.
Could you unlock my secret heart?
To make it shine as brightly as your heart does.
I want to make you see, my shine, my heart.
I want to make you feel being loved.
To be secure and be safe, with me.
Am I just as fair?
Wat mijn eerste les van assertiviteit-les me leerde was antwoord geven op deze vraag : “Wat irriteert je aan mensen?” Ik moest mensen even nadenken, omdat ik zoveel antwoorden zou kunnen geven, maar uiteindelijk kwam ik met het antwoord: “De bekrompenheid van mensen.“
De wil van het niet verder willen kijken dan wat ze zien. De eerste indruk zo laten gelden, dat ze blind zijn voor andere indrukken. Ik word boos op mensen die niet kunnen inzien of willen inzien dat ze verkeerd denken. Dat ze mensen verkeerd beoordelen, alleen op de manier hoe ze zich kleden en eruit zien. Niet verder kijken, naar gevoelens en emoties. Het draait om oppervlakkigheid, het niet willen kennen en het negeren.
Ik laat me vaak leiden in de goedheid van mensen en kijk daarom veel naar goede eigenschappen, in de hoop hetzelfde worden behandeld. Ik ben geen ster in kritiek geven, omdat ik niet weet hoe dat moet, waardoor ik zelf voldoende kritiek krijg en mezelf dus volledig wegcijfer. Als ik kritiek geef, dan is dat ongezouten en vaak lomp.
Het vervelende is dat ik vaak verkeerd word beoordeeld. Ik zie er volgens een paar ontzettend leuk uit en heb volgens hun niets te klagen, maar ze staan er niet bij stil hoe ik me van binnen voel en hoe ik over mezelf denk. Ik probeer ieder zo eerlijk mogelijk te beoordelen, maar natuurlijk speelt intuïtie ook een rol.

